Brighton Rock(s) Deel 1

Het nummer “Brighton Rock” hoorde ik voor het eerst toen ik omstreeks juni 1988 de LP “Live Killers” van “Queen” kocht. Ik weet het nog goed. Tijdens de jaarlijkse sportdag, die altijd plaats vond op de sportvelden van Villa Blanca in Goirle, hoorde ik voor het eerst sinds mijn prille kindertijd “Bohemian Rhapsody” en “Bicycle Race” terug. Deze nummers bleken van de band Queen te zijn. Ik was meteen verkocht en besloot een LP van ze aan te schaffen. Ik was in die tijd (ik was toen 15 en zat op het speciaal voortgezet onderwijs) veel met muziek bezig, vooral met muziek uit mijn kindertijd en zelfs daarvoor. Met de hitparade van het tweede helft van de jaren ’80 had ik niet veel, nog steeds niet trouwens. Met artiesten zoals Blondie, Joy Division, ELO,  A Flock of Seagulls  en The Human League waren de prille jaren ’80 veel boeiender. Bovendien bevond ik me toen in een enorme psychische dip. Buiten schooltijd leefde ik praktisch als een kluizenaar. Thuis bracht ik uren lang door op mijn slaapkamer. Naast de stripjes, die ik toen al tekende, vormde de jaren ’60, ’70 en begin jaren ’80 beat en rock voor mij een ultieme vlucht uit de bittere werkelijkheid.

Van de plaats Brighton had ik wel eens gehoord. Dat lag ergens aan de kust in het zuiden van Engeland. Hoewel het nummer Brighton Rock me meteen aansprak, deed de stad Brighton me niet zo veel. Het lag immers niet tussen de hoge bergen en daar wilde ik zijn. Vooral naar het door mij totaal geïdealiseerde Garmisch-Partenkirchen wilde ik persé ’n keer heen. In mijn strips woonde ik er al en bijna elke nacht droomde ik ervan dat mijn ouders mij daar naar toe op vakantie namen.

Donderdag 14 september 2014, ruim 29 jaar nadat ik in de huiskamer van ons toenmalige huis aan het Hoefke in Riel, Brighton Rock voor het eerst hoorde, stap ik te Londen Victoria Station in de trein die mij naar (jawel) Brighton and Hove zal brengen. Via Croydon, Purley, Reigate en Gatwick baant de “Southern” zich door  het groene golvende landschap richting de Engelse Zuidkust. Even voorbij Hassocks schiet de trein een tunnel in en na het verlaten ervan ben je er plotseling, Brighton and Hove. Met de klanken van Queen in m’n hoofd stap ik uit, verbaas me over het indrukwekkende victoriaanse station en loop “The City that Rocks” tegemoet.

Happy little day, Jimmy went away
Met his little Jenny on a public holiday
A happy pair they made, so decorously laid
‘Neath the gay illuminations all along the promenade
“It’s so good to know there’s still a little magic in the air
I’ll weave my spell”
“Jenny will you stay – tarry with me pray
Nothing ‘ere need come between us tell me love, what do you say ?”
“Oh no I must away to my mum in disarray
If my mother should discover how I spent my holiday
It would be of small avail to talk of magic in the air
I’ll say farewell”
O rock of ages, do not crumble, love is breathing still
O lady moon, shine down a little people magic if you will
Jenny pines away, writes a letter everyday
“We must ever be together, nothing can my love erase”
“Oh no I’m compromised, I must apologise
If my lady should discover how I spent my holidays…”
Oooh oooh oooh oooh
Ooh oh oh oh oh ha

Gapscenemuziek 1

Zoals de meesten van jullie inmiddels wel weten heb ik vanaf mijn tienertijd een hele stripboekenreeks bij elkaar getekend, de GAPscene, waarvan de albums overigens ook gewoon via dit blog besteld kunnen worden. Waar veel mensen die me kennen niet van op de hoogte zijn, is de sfeer waarin ik het liefste mijn strips teken. Het was door allerlei festiviteiten en verplichtingen al weer iets te lang geleden, maar vanochtend heb ik m’n eigen er weer eens helemaal ondergedompeld in mijn Gapscenemuziek. Waarvoor anderen ’n joint of ’n pilletje nodig hebben volstaan voor mij bepaalde nummers om het gevoel te krijgen, “Ik teken de gehele wereld bij elkaar en los alle wereldproblemen in een handomdraai op”. Hieronder het overzicht van de songs die mij vanochtend veel inspiratie en kracht hebben gegeven.

Sonic Youth

Het album “Daydream nation” met onder andere: Eric’s Trip, Total Trash, Silver Rocket, The Sprawl en Eliminator.

The Stranglers

Het album “No more heroes” met onder andere: I feel like a Wog, Bring on the Nubiles, No more Heroes, Straighten Out en Rok it to the Moon.

A Flock of Seagulls

Het album “We are the ’80’s” met onder andere: I Ran, Wishing, Telecommunication, Nightmares en (It’s not me) Talking.

Binnenkort het vervolg van de muzikale reis á la Gapscene.

Routes richting de besneeuwde bergen

Reeds als kind kon ik uren door de atlas bladeren, de “Nieuwe Grote Wereldatlas” van Elsevier. Ver voor de tijd dat dingen zoals Googlemaps en Streetview het levenslicht zagen, droomde ik van al die hoge bergketens,  al die peilloos diepe oceanen en al die dorpen en steden die ik alleen als stipje of blokje op de kaart kende. Hoe zou het er daar uitzien? Even een fotootje zoeken via het internet ging in de “The Eighties” nog niet. Alleen de encyclopedie bood zo nu en dan uitkomst doordat toevallig een klein fotootje van die plek in het lijvige boekwerk was opgenomen. Thuis gingen wij lange tijd nooit op vakantie. Een schoolvriendje van mij wel. Hij ging met z’n ouders naar Noorwegen, het Bodenmeer en naar Garmisch-Partenkirchen. Daar wilde ik ook heen, de besneeuwde bergtoppen zien. Hangend over de Falk-wegenkaart van West Duitsland, die ik in de zomer van 1984 van mijn ouders kreeg, verdiepte ik me in de Autobahnen richting Zuid Duitsland, richting Zugspitze, Alpspitze, Mädelegabel, Nebelhorn en Watzmann.

Autobahn 7 (nabij Kempten) met uitzicht op de Allgäuer Alpen

Autobahn 95 (München – Garmisch-Partenkirchen) met uitzicht op het Wettersteingebirge.

Dit is de openingspagina van het stripalbum “Pizzacap”. Omdat van dit album in 2015 een oplage verschenen is, hebben een aantal van jullie het wellicht in huis. In Pizzacap stel ik, doorgaans op absurdistisch-humoristische wijze, de wereld van de systeemgastronomie aan de kaak. Toen ik in Garmisch-Partenkirchen woonde heb ik in het fastfoodrestaurant, waar deze strip zich afspeelt, ook daadwerkelijk gewerkt. Vorige week ben ik begonnen om de engelstalige versie van de album te gaan “gestalten”. Ergens in het voorjaar van 2018 hoop ik ’t uit te kunnen brengen.

Het genereren van inkomen gaat voor veel groepen in onze samenleving niet bepaald over rozen (Deel 4)

Ondanks mijn psychiatrische achtergrond werk ik inmiddels al bijna 10 jaar voor het zelfde bedrijf.  In deze serie artikelen geef ik een strikt persoonlijke doch zo veel mogelijk objectieve beschouwing van die 10 jaar. Hierbij leg ik ook de link richting mijn aspergergerelateerde gevoeligheid.

Structurele onderwaardering haalt het slechte in mensen naar boven

Zoals ik in deel twee van de deze artikelenreeks reeds heb geschetst, is op de afdeling waar ik werk reeds vanaf het beginjaren te weinig ingezet om kundigheid. Het belang van diverse (zeer) specifieke inhoudelijke vaardigheden is eigenlijk nooit erkend en diegenen die het erkenden werden doorgaans tegengewerkt of in een enkel geval naar een andere afdeling overgeheveld. Binnen de onderneming waar ik werk is er eigenlijk geen enkele andere afdeling waar dit soort problemen ooit hebben gespeeld. Binnen afdelingen zoals Sales en IT is eigenlijk altijd sprake geweest van min of meer zelfsturende teams, waardoor meer ruimte was (en is) voor zelfontplooiing en creativiteit. Het is daarom niet vreemd dat de medewerkers die werkzaam zijn in deze teams door de bovenlaag van de holding veel serieuzer worden genomen dan de medewerkers van de “cartografische afdeling”. Zo bekommerd diegene die sinds enkele jaren op papier de chef van onze afdeling is, zich vooral om de IT afdeling hetgeen heel duidelijk tot uiting komt wanneer deze persoon op onze etage aanwezig is (samen met IT delen wij een etage). Met de ITers wordt volop gepraat en overlegd terwijl wij al blij mogen zijn als deze persoon ons groet. De enigen die met regelmaat contact met de afdelingschef hebben zijn de “databasemanager” en de coördinator. Hoewel tijdens de eerste twee jaren de toenmalige afdelingschef gewoon bij ons op de etage zat, was het imago van de afdeling toen al niet veel anders. Het kwam zeer regelmatig voor dat onze chef naar beneden moest voor een overleg met de databasemanager (deze persoon deelde met de toenmalige directeur van de BV een kamer). Hoewel ik nooit bij zo’n overleg heb gezeten, vermoed ik dat tijdens zo’n sessie vooral sprake was van eenrichtingverkeer. Ik kan me de terneergeslagen blik van de toenmalige chef nog goed herinneren als hij terug naar boven kwam. Een frappant detail is overigens, dat ik pas na pakweg anderhalf jaar wist wie precies onze databasemanager was. Deze persoon vertoonde zich toen niet vaak op onze etage.

Apenrotscultuur door buitensporig narcisme

Het structurele gebrek aan waardering, heeft er niet alleen toe geleid dat de betrokkenheid en/of kundigheid binnen de afdeling verre van optimaal is. Het heeft ook geresulteerd in een “apenrotscultuur”.  De oorsprong hiervan moet vermoedelijk gezocht worden in de periode na de eerste grote reorganisatie. Deze vond plaats rond 2002, pakweg zes jaar voordat ik in dienst kwam. Deze reorganisatie, heeft naar horen zeggen, toen een zeer diepe wissel door de cartografische afdeling getrokken. Een groot gedeelte van het personeelsbestand schijnt toen te zijn weggesaneerd, hetgeen voor diegenen die wel mochten blijven erg ingrijpend moet zijn geweest. Hoewel ik hier zelf uiteraard niet bij ben geweest acht ik het zeer waarschijnlijk dat toen de basis is gelegd voor de zeer naar binnen gerichte cultuur tussen de inmiddels oudgedienden van de afdeling (vanaf nu vormen wij een massief blok waar we niemand tussen laten, slechts dan kunnen we hier overleven). Hoewel ik van mening ben dat de gebrekkige inhoudelijke kennis van  het werkveld (zie deel 2 van de artikelenreeks) deze heftige reactie mede veroorzaakt heeft, moet de hoofdoorzaak mijns inziens toch echt worden gezocht bij twee “overlevers” met een zeer dominant en manipulatief karakter. Een ervan maakt nog steeds deel uit van mijn werkomgeving, de andere is in 2013 min of meer “gevlucht” vanwege het feit dat deze persoon bang was geworden dat hij/zij de bal hard terug gekaatst zou gaan krijgen. Beide personen herinner ik me niet anders dan dat zij binnen de afdeling door middel van haatcampagnes mensen tegen elkaar uitspelen en/of isoleren, dit met als doel een angstcultuur  te creëren zodat zij zeker zijn dat ze de baas kunnen blijven spelen. Buiten de afdeling verstaan beide uitstekend de kunst om door middel van hun charme zeer sociaal over te komen (Dit is waarschijnlijk ook de rede geweest, dat zij de reorganisatie van 2002 overleefden). Lang heb ik eigenlijk niet geweten hoe het achterbakse en tevens onvoorspelbare gedrag van deze beide collega’s precies te verklaren was, maar vanaf het moment dat ik besloot om de toestanden op de afdeling waar ik werk openbaar te gaan maken, heb ik op het gedrag van de twee hoofdveroorzakers uitgebreide internetresearch losgelaten. Inmiddels is me zeer duidelijk dat de langdurige invloed van buitensporig narcistische persoonlijkheden tot het daadwerkelijke “failliet” van de afdeling heeft geleid.

Narcisme

De kernsymptomen van narcisme zijn; ‘een instabiele basis’, ‘jezelf opblazen’, ‘gebrek aan wederkerigheid’ en ‘afstoten’. Deze vier symptomen vormen een vicieuze cirkel (de narcistische cirkel). Narcisten voelen zich verheven boven anderen, zoeken voortdurend naar bewondering en erkenning en willen dat ook bevestigd zien, daarnaast hebben ze een overdreven kleurrijk zelfbeeld. (wat bepaald niet overeenkomt met de waarheid/werkelijkheid). Een instabiele basis wordt gekenmerkt door wantrouwen en het niet kunnen aangaan van duurzame intieme relaties. Het opblazen is een zelfbeschermende poging om het basale wantrouwen niet te voelen. Het bevat kenmerken als dominantie, geen tegenspraak dulden en gevoelloosheid. Gebrek aan wederkerigheid is het gevolg van een opgeblazen houding. Daarbij passen symptomen zoals manipulatie, anderen naar beneden halen en arrogantie. Bij afstoten passen symptomen zoals een lage frustratietolerantie, de fout bij de ander leggen, minachting en woede. Een narcist probeert zijn instabiele psychische basis niet te voelen door zich op te blazen. Hierdoor neemt hij veel meer ruimte in dan mensen normaal gesproken nodig hebben. Een narcist heeft hier echter geen last van, omdat hij op een eenrichtingsweg leeft. Andere mensen moeten hem dienen of voor hem applaudisseren. Zo niet, dan verstoot hij ze. Een typerende eigenschap van een narcist is dat hij/zij denkt dat anderen jaloers/afgunstig zijn op hem/haar. (Bron:wikipedia, tekst op enkele punten aangepast)

Zeer kenmerkend voor vooral de overgebleven narcist is de “stiltebehandeling” (https://denarcist.nl/wat-is-een-narcistische-woede). Wanneer deze persoon iets niet bevalt en/of wanneer hij/zij zijn of haar zin niet krijgt dan wordt je dagen, soms weken door hem/haar genegeerd. Tegenover diegenen waarvan hij/zij weet dat ze je niet zo moeten wordt dan extreem “vriendelijk” gedaan. Dit doet hij/zij doormiddel van “introjectie” (https://denarcist.nl/hoe-gaat-een-narcist-te-werk). De narcist die in 2013 het hazenpad koos werd in extreme mate gekenmerkt door arrogantie. Tevens wist deze persoon precies hoe hij/zij charmant moest overkomen.  

In de loop der jaren heeft het “narcisme pact” tussen deze twee personen al diverse mensen hun baan gekost. Het traject tussen het begin van de haatcampagne en het uiteindelijk gedwongen vertrek was telkens het zelfde. Door allerhande roddels op de afdeling werd de persoon in kwestie eerst sociaal geïsoleerd, waardoor uiteindelijk een onwerkbare situatie voor deze persoon ontstaat. Met als doel een oplossing te vinden, trekt de persoon in kwestie bij z’n meerdere aan de bel. Hij/zij doet z’n beklag maar wordt niet geloofd (Rede één is, dat de meerdere met deze beide personen totaal niet die ervaring heeft. Rede twee is, dat er verders niemand is met klachten over hen. Dit is niet zo vreemd, want niemand durft of heeft zin om tegen ze in te gaan, dit om zelf geen slachtoffer te worden). Het resultaat is, dat beide personen nu vrij spel hebben om diegene die ze reeds hebben geïsoleerd verder in een hoek te drijven. Uiteindelijk wordt het het mikpunt allemaal te veel waardoor hij/zij zichzelf vanwege onmacht te buiten gaan. Deze “clash” vormt dan direct of indirect het einde van zijn/haar loopbaan binnen het bedrijf. Mijn eerste afdelingschef is een van diegenen die in principe slachtoffer is geworden van een door deze beide personen opgezette hetze tegen hem, dit vermoedelijk met medeweten van één of meerdere hogergeplaatsten buiten de directe afdeling. Buiten het feit dat het compleet uit de hand gelopen narcistisch gedrag binnen de afdeling reeds meerdere mensen hun baan heeft gekost, durf ik ook het hoge ziekteverzuim deels hiermee in verband te brengen. Een collega van me zat in 2011 langere tijd in de PAAS door o.a deze toestanden en ik heb in 2013/2014 een aantal maanden thuis gezeten met een burnout die deels hiermee verband hield. Vanwege het feit dat door de reorganisatie van 2009 het naar binnen gerichte groepje oudgedienden pakweg 2/3  van het personeelsbestand van de afdeling uitmaakt heb ik er zelf ook hiermee te maken gekregen. Sinds 2010 zijn reeds diverse pogingen tot complete sociale isolatie ondernomen. Diepgewortelde afgunst is de enige oorzaak die ik hiervoor kan bedenken. “Mensen zonder zelfreflectie en empathie, die bovendien hun werk onvoldoende of zelfs helemaal niet verstaan, hebben het niet zo op mensen die van hun werk houden en zich kwetsbaar op durven stellen”. Sinds enige tijd heb ik helaas mogen vaststellen dat zelfs na het vertrekken van één van de twee de “apenrotscultuur” niet verdwenen is. De houding van de coördinator van de afdeling vormt daarbij een belangrijk detail.

De onmachtige coördinator

Het heeft vanaf dag één al niet geboterd tussen mij en m’n coördinator. Beide zijn we serieuze werkers, maar daarmee houden de overeenkomsten tussen ons beide ver op. Zijn aversie tegen mij moet waarschijnlijk gezocht worden in het feit dat hij mij (mede vanwege mijn Asperger) totaal niet begrijpt. Ik heb het gevoel dat vooral mijn eigenzinnigheid bij deze persoon veel weerstand oproept. Hij/zij denkt namelijk erg hiërarchisch en laat dat nou net een van de dingen zijn die ik totaal niet in me heb. Met de directeuren van het bedrijf ga ik net zo om als met de poetsvrouw en als ik ’n voorstel heb gooi ik ’t gewoon in de groep, of probeer het (als het niet te veel tijd kost) eerst zelf uit in plaats van dat ik standaard met de databasemanager in gesprek ga. Het gegevens dat de databasemanager en ik qua cartografische benadering van de database verre van op één lijn zitten speelt hier absoluut ’n grote rol. Hoewel ik, vanaf de reorganisatie van eind 2009, regelmatig pogingen heb ondernomen om tot een adequate samenwerking te komen (hetgeen een enkele keer ook korte tijd lukte), won het gevoel van wantrouwen het telkens weer hiervan. Hij ergerde zich toch weer aan mijn adhocratischere werkwijze en ik ergerde me weer aan zijn bureaucratische werkwijze. Het behoeft weinig toelichting dat de beide narcisten maar al te graag misbruik maakten van deze moeizame verstandhouding. De overgebleven narcist probeert dat trouwens nog steeds. Omdat de coördinator erg onzeker is (bovendien voel ik me regelmatig oneerlijk door hem/haar bejegend) lukt dat deze persoon helaas ook doorgaans. Bovendien weet de narcist uitstekend de schijn op te houden dat hij/zij ook precies volgens de regeltjes werkt. De coördinator bevind zich, ondanks het feit dat een van de twee “narcisten” inmiddels al geruime tijd weg is,  nog steeds onder de dikke duim van de apenrots. Misschien gedwongen maar voor zover ik het kan inschatten waarschijnlijk vrijwillig.

De consequenties van mijn gedwongen adhocratische werkwijze

De hierboven geschetste situatie op de afdeling heeft er, in combinatie met de werkinhoudelijke kijk van de databasemanager, toe geleid dat ik reeds lange tijd uitgesproken adhocratisch te werk ga. Hoewel ik, zoals ik reeds heb aangegeven, voorstander ben van een platte organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door een hoge autonomie met betrekking tot de aanpak en invulling van werkzaamheden, mis ik de zinvolle interactie met collega’s met betrekking de doorontwikkeling van de database. Door zo goed mogelijk op de hoogte te blijven van de wensen die de huidige belangrijke klanten hebben op cartografisch gebied, probeer ik nagenoeg solistisch hier invulling aan te blijven geven. Vanwege mijn gedegen kennis met betrekking tot hoe je een goed leesbare en bruikbare kaart opzet, heb ik persoonlijk het gevoel dat ik daar, ondanks de extra tijd ie ik daar in vergelijking tot anderen in steek, vooralsnog redelijk in slaag. Zo heb ik al langere tijd het oprechte gevoel dat vooral gemeenten waar ik intensief aan heb gewerkt nemen één of meerdere (digitale) kaartproducten bij ons afnemen. Toch besef ik, dat ik door deze aanpak, eigenlijk ook een doodlopende weg is. Vooruitgang bereik je samen, niet alleen. Doordat ik me, gedwongen door de omstandigheden, min of meer afgezonderd heb van de kanalen die mij van bruikbare input zouden moeten voorzien, ligt het gevaar van tunnelvisie ook bij mij serieus op de loer. Bovendien koppel je jezelf op deze manier ook in sociaal opzicht steeds verder los van je werkomgeving. Inmiddels heeft er dat in geresulteerd dat ik – omdat ik daar eigenlijk ook geen zin meer in heb – met het gros van m’n collega’s geen binding meer voel. Hoewel ik het toch erg jammer vind, realiseer ik me, dat het einde van mijn dienstbetrekking slechts een kwestie van tijd zal zijn. De eerste reorganisatie was in 2002 en de tweede eind 2009. De kans dat de derde aanstaande is, acht ik niet gering. Deze zal ik niet overleven, zeker niet nu ik me als een soort van “klokkenluider” heb opgeworpen. Gelukkig heeft “mijn kindje” (onze cartografische database van Nederland) het inmiddels lang genoeg volgehouden om mijzelf op persoonlijk financieel vlak gedegen hierop voor te bereiden.

Het genereren van inkomen gaat voor veel groepen in onze samenleving niet bepaald over rozen (Deel 3)

Ondanks mijn psychiatrische achtergrond werk ik inmiddels al bijna 10 jaar voor het zelfde bedrijf.  In deze serie artikelen geef ik een strikt persoonlijke doch zo veel mogelijk objectieve beschouwing van die 10 jaar. Hierbij leg ik ook de link richting mijn aspergergerelateerde gevoeligheid.

Heden ten dage ben je als “autist”op de werkvloer zeer kwetsbaar

Het zou onterecht zijn om de schuld met betrekking tot het feit, dat ik vastgelopen ben in mijn baan, volledig bij de ander te leggen. Na de reorganisatie van eind 2009 ontstond inderdaad een voor mij verre van ideale situatie. De basis voor alle (vooral emotionele) problemen, die dit vanaf die tijd zou gaan veroorzaken, is niet alleen gelegd door de ontwikkelingen binnen de onderneming zoals ik deze in deel 2 uiteen heb gezet. Ook mijn (wellicht kinderlijke naïeve) houding tijdens de eerste twee jaar van mijn “loopbaan” zijn zeker van invloed geweest. Ook de manier, waarop ik na 2009 met problemen ben omgegaan was niet altijd even handig. Hoewel dit alles onlosmakelijk met mijn aspergerpersoonlijkheid samenhangt, mag dat geen excuus zijn. Ofschoon ik zelf zeker aandeel heb ik het diepgewortelde conflict dat vanaf 2010 geleidelijk tussen mij en enkelen van mijn collega’s is ontstaan, ligt de oorzaak absoluut niet allen bij mij (hetgeen door sommigen wel wordt beweerd). Voordat ik mijn kritiek omtrent bepaalde mensen uiteenzet neem ik eerst mijzelf kritisch onder de loep.

Het inzicht, dat mensen zoals ik doorgaans op een compleet andere golflengte denken en handelen dan de neurotypische mens kwam voor mij op de werkvloer met veel vallen en opstaan.

Het feit dat ik heel lang gedacht heb, dat het voor het gros van de mensen vanzelfsprekend is dat ze hun werk met betrokkenheid en passie uitvoeren, is lange tijd misschien wel mijn grootste valkuil geweest. Ik herken dit ook bij veel mede-aspergers om mij heen. Het behoeft geen nadere uitleg dat mensen zoals ik deze betrokkenheid (zonder dat ze doorgaans zelf doorhebben) in de vorm van (soms extreme) gevatheid tentoonspreiden. Dat we daarmee, zonder dat we het zelf willen, mensen enorm kunnen kwetsen hebben we daardoor niet in de gaten. Persoonlijk stoor ik me totaal niet aan mensen die “bij de hand” zijn, maar behoorlijk veel mensen staan minder welwillend tegenover deze eigenschap.

Asperger en perfectionisme gaat dikwijls hand in hand. Zo eigenlijk ook bij mij. Met betrekking tot mijn werk heeft dat zowel voor me als tegen me gewerkt. De positieve kant heb ik reeds in deel één van deze artikelenreeks belicht. De schaduwzijde is echter, dat ik vanwege de passie voor het werk, het in het verleden anderen te snel kwalijk nam als zij in mijn ogen “slordig werkten”. In een aantal gevallen was deze kritiek mijns inziens ook terecht, maar lang niet altijd. Bij het feit dat een dergelijke “betweterige houding” niet altijd in dank wordt afgenomen stond ik eigenlijk pas stil als het te laat was. Gelukkig lukt het me inmiddels steeds beter om mijzelf op dit punt te beheersen en naar anderen toleranter te zijn. Bij sommige collega’s zit het wantrouwen op dit vlak echter reeds te diep.

Die zelfde perfectionistische inslag heeft, vooral tijdens de eerste jaren van mijn loopbaan, er voor gezorgd dat ik regelmatig veel te veel attributen in de database invoerde, tot kleine hegjes aan toe. Dit verergerde als ik in een emotioneel instabiele stemming verkeerde. Dit is, vooral sinds eind 2009, regelmatig het geval geweest. Het gevolg was niet alleen, dat ik dan veel te lang over een taak deed. Ook het feit dat dit de consistentie van de digitale kaartdatabase in gevaar bracht, riep bij anderen weerstand op. Hoewel ik persoonlijk vind dat bij het cartografiebeleid omtrent de  database grote vraagtekens kunnen worden geplaatst (zie deel 2 van deze artikelenreeks) had en heeft de databasemanager in dit geval zeker recht van spreke. Zeker als ik me op m’n werkplek oncomfortabel voel wil ik nog wel eens in deze valkuil trappen. Met betrekking tot dit punt en volgend punt is het zinvol om te vermelden, dat voor de databasemanager de database eigenlijk ook “een kindje” is, namelijk het data-analistische aspect in plaats van het cartografische aspect.

Doordat ik, vanwege mijn passie voor kaarten, aan de hand van bestaand kaartmateriaal doorgaans zeer snel zie, waar welke elementen van bijvoorbeeld een nieuwe wijk moet worden getekend. Hierdoor maak ik, veel minder dan mijn collega’s, gebruik van de zogenaamde “Callibratietools”. Hoewel ik, aan de hand van voorbeelden van nieuwe geografie in de database, gerust kan stellen dat in een fors aantal gevallen callibreren geen beter resultaat oplevert, is het me tot op heden niet gelukt om de databasemanager hiervan te overtuigen. Het omgaan met mensen die erg in bestaande structuren en processen denken heb ik altijd al heel erg moeilijk gevonden. Daar is dit een heel goed voorbeeld van. Wellicht had ik, voordat m’n eigen “kaartbeeldinzichtmethode” op dit punt de overhand kreeg (eigenlijk puur omdat het voor mij prettiger en sneller werkte) dit aan deze persoon voor moeten leggen? Dat het het contact wellicht wat minder stroef gemaakt. Anderzijds betwijfel ik dit echter ook zeer, want mijn ervaring met dergelijke mensen is, dat zij vaak niet open staan voor ideeën van een ander, zeker als die ander lager in de organisatie staat. (Omdat ze zichzelf niet durven uitdagen met creativiteit wordt dit al gauw als een bedreiging van hun positie ervaren).

Hoewel ik, zeker tegenwoordig zeker niet mag klagen over de hoeveel goede vrienden en kennissen, die ik in mijn privéomgeving heb, ben ik in mijn leven al dikwijls tegen onbegrip en onmacht aangelopen als het gaat om contacten met mensen. Als ik met dergelijke situaties te maken krijg, hetgeen op m’n werk regelmatig gebeurt, heb ik de neiging om mijzelf helemaal terug te trekken. Hierdoor beland ik niet zelden in een sfeer van zelfmedelijden. Dit is niet alleen niet bevorderlijk voor mezelf maar ook niet voor m’n omgeving. Door deze valkuil trek in mijn zelfbeeld slechts naar beneden en de ander weet vaak niet wat er precies aan de hand is omdat ik alles voor met houdt. Hierdoor worden problemen niet alleen niet op tijd uitgesproken, maar neemt de wrevel tussen mij en m’n conflicterende omgeving verder toe omdat ik in m’n hoofd steeds onrustiger wordt hetgeen zich in m’n gedrag uit. Aan de andere kant vind ik wel dat ik het recht heb om te zeggen dat behoorlijk wat neurotypische mensen veel te lange tenen hebben. Ik, vele mensen met een psychiatrische achtergrond met mij, krijgen met regelmaat grove kritiek te verwerken, terwijl die mensen die die kritiek hebben vaak niet tegen kritiek kunnen. Vooral niet van mensen waar zij zich (dikwijls onbewust) superieur tegenover voelen. “Zij menen immers tot de meerderheid te behoren en daarmee de waarheid in pacht te hebben”. Het is beter om uit spreken wat ik vind, waardoor ik mensen een spiegel voorhoudt. Dat ik daardoor niet altijd vrienden maak zal ik moeten accepteren.

Mede doordat het inzicht in m’n eigen valkuilen lange tijd onvoldoende is geweest, is vanaf 2010 geleidelijk aan een werksituatie ontstaan die noch voor mij, noch voor enkele van mijn naaste collega’s, als werkbaar kan worden beschouwd. Hoewel ik, aan de hand van bovenstaande karaktereigenschappen, duidelijk heb aangegeven dat ik zelf ook niet de gemakkelijkste ben, zijn er enkele (ex)collega’s die ik bepaalde zaken zwaar aan mag rekenen. Hierover meer in deel 4 van deze artikelenreeks.

 

 

 

 

 

Londen buiten de gebaande paden

Bij een bezoek aan Londen hoor je natuurlijk zaken zoals de Big Ben, het House of Parlement, Buckingham Palace en Trafalger Square te gaan zien. Dat heb ik uiteraard ook gedaan. Met veel plezier overigens. Maar toch ben ik iemand die, als hij een stad bezoekt, het liefst van de gebaande toeristische paden afwijkt. Zo uiteraard ook in Londen. Wisten jullie bijvoorbeeld dat ten westen/noordwesten van het centrum van Londen zo ongeveer de duurste woonwijk van Europa of wellicht zelfs van heel de wereld is gelegen. In Kensington, een wijk die vooral bestaat uit monumentale huizen en wooncomplexen uit de victoriaanse tijd, kost een piepklein appartementje (30m20) al gauw 1.000.000 pounds!!

Trek de knip maar open als je hier wilt wonen. Een eenkamerwoning kost al vlug 1 miljoen pounds.

Ten noordwesten van het centrum van Londen ligt eveneens de wijk Portobello, met in het centrum daarvan de straat Portobello Road. Deze straat is niet alleen bekend als decor van films zoals “Bridget Jones Dairy” maar is tevens een hotspot voor iedereen die op zoek is naar allerlei vintagekleding of aanverwante spullen. De charmante typisch Britse huisjes, die in een groot gedeelte van deze smalle maar lange straat het beeld bepalen, passen hier helemaal bij. Aan het noordelijke einde van Portobello Road doemt ineens een van de meest brutaleske woontorens op die ik ooit in m’n leven heb gezien, de Trellick Tower.

Portobello Road
Trellick Tower

Nadat ik het beroemde zebrapad op Abbey Road was overgestoken, net zoals de Beatles in augustus 1969, was het niet ver naar Baker Street. Dit is niet alleen een van de belangrijkste winkelstraten van Noord Londen, met o.a de official Beatlesstore, maar tevens dè Baker Street waar Gary Rafferty in 1978 over zong. Deze song gaat over de avonden dat hij noodgedwongen in Londen verbleef om de opheffing van de band Stealers Wheel te regelen. Hij sliep toen bij een vriend die aan Baker Street woonde.

Het metrostation van Baker Street

Pollards Hill, zomaar een wijk in South-London

Toen ik twee weken geleden via Airbnb accommodatie regelde, in deze werkelijk enorm uitgestrekte stad, wist ik niet in wat voor stadsdeel ik terecht zou komen. Naast een niet al te hoge prijs, was de ligging in het zuidelijk deel van Londen de enige vereiste die ik had gesteld. Pas toen ik enkele dagen voor aanvang van m’n UKtrip via streetview ging kijken wat Westmoreland Way voor straat was, kwam ik er achter dat deze straat gelegen was in een van de armere wijken van South London. Voor sommige mensen zou dit wellicht een rede zijn om van accomedatie te wisselen, voor mij juist niet. De wijk Pollards Hill, onderdeel van Council Croydon, gebouwd tussen 1950 en 1980. De wijk bestaat bijna uitsluitend uit laagbouw, enerzijds uit typisch Britse naoorlogs rijtjeshuizen met van die erkertjes, anderzijds uit bijna nederlands uitziende rijtjeswoningen, opgetrokken uit donkere baksteen. Westmoreland Way ligt in het tweede deel. In de wijk Pollards Hill wonen veel migranten, waaronder veel Ghanesen. Dat de stedebouwkundige opzet van de wijk niet aansluit aan de leefstijl van de meeste huidige bewoners blijkt uit te vele compleet verwaarloosde tuinen. Pollards Hill is zeker geen uitzondering in Londen. Er zijn tal van dit soort wijken en als je gaat kijken in het oostelijk deel van Londen besef je al snel dat het eigenlijk nog veel slechter kan.

Nancy, die in 1995 samen met haar dochter Win vanuit Taiwan naar het Verenigd Koninkrijk kwam, woont al langere tijd in Pollards Hill. Nancy is een gastvrije zorgzame vrouw net zoals haar dochter. Hoewel ik de eerste dag erg moest wennen aan de Taiwanees-Britse mix in huize Lo, kijk ik terug op een aangename tijd in Pollards Hill.

https://en.wikipedia.org/wiki/Pollards_Hill

In een dergelijke woning logeerde ik drie nachten. (Bron: Higgins Construction)
Bron: United Living
Uitzicht vanuit Pollards Hill richting Sutton (samen met Purley de meest zuidelijke wijk van Londen)

Irene

Vandaag, 9 september 2017, is het precies twintig jaar geleden dat ik hopeloos verliefd werd op een vrouw. Dat was niet de eerste keer dat me dat overkwam, maar het was nog nooit zo hevig. Ik studeerde Ruimtelijke Ordening en Planologie in Deventer en was zojuist in de “Koekstad” aan de Ijssel teruggekeerd om met het vierde, tevens laatste jaar van de studie aan te vangen. Ik weet het nog heel goed. ik liep door de historische binnenstad, op zoek naar vertier, toen ik haar op de Brink plotseling tegen het lijf liep. Stiekem hoopte ik hier al op, maar zoiets gebeurt alleen als je het niet verwacht. Zoals nu, dus. Niet veel later zaten we daar, op een zonnig terras, schuin tegenover de Waag. Ze is zichtbaar blij om me te zien en ik ook. “Ze had een leuke stage gehad in Engeland”. Genietend van haar vrolijke stem en haar blonde haar probeer ik mij in haar helderblauwe ogen weg te laten zinken. Dat valt niet mee. Ergens in mijn brein bevind zich een “matglazen plaat” waardoor mijn blik automatisch wordt afgebogen. Zo gaat dat altijd bij mij en ik weet het inmiddels redelijk goed te verbergen. Zo ook nu. Een aantal glazen bier later nemen we hartstochtelijk afscheid van elkaar. Zo voelt het in elk geval. zwevend op een roze wolk drijf ik onder genot van een mooie zonsondergang richting mijn studentengrot. Het is me gelukt! “Ik heb tot en met het afscheid m’n mannetje weten te staan”. Doodmoe plof ik neer op bed. Langzaam verdwijnt de mist om me heen. Mijn hemel, morgen zie ik haar natuurlijk weer op school! Het duurt niet lang voordat mijn brein de kersverse liefdesperikelen in behandeling neemt. Ik sta op, pak een blanco papier en een paar stiften. Niet lang daarna heeft ze een plekje in Montafon, mijn fantasieland, gekregen. Het stadje dat ik haar naam schenk ligt aan de exclusieve zuidkant van de stad Kempten en kijkt richting het zuiden en westen uit over bergen, bossen en meren. In dit soort situaties denk en voel ik in geografische positioneringen. Dit is het hoogst haalbare voor mij als “autist”, als het om verliefdheid gaat. Meer kan ik niet bieden. Dat is ook vandaag nog. Het grote verschil met toen is echter, dat ik dit inmiddels volledig heb geaccepteerd. Verliefdheid en erotiek zijn voor mij gewoon te gecompliceerd. De structurele overgevoeligheid voor prikkels ondermijnd m’n libido. Gelukkig heb ik tegenwoordig veel andersoortige dingen om me heen, waarvan ik intens geniet. Daardoor is het niet meer nodig, om na twee maanden toch maar te besluiten dat ik die zwaar industriële hoogbouwstad aan de noordzijde van de Rhein-Emscher metropool naar haar noem.